Happy Halloween spookje!

 

 

Het komt niet vaak voor dat ik amigurumi haak, maar voor de kinderen en feestdagen wil ik wèl een uitzondering maken. Die kleine gekke beestjes, zijn eigenlijk heel leuk om te maken en zo klaar! Ik laat je vandaag dit geinige spookje zien.

Dus, een heel makkelijk spookje. En ik ga je vandaag niet vertellen hoeveel steken je op moet zetten en hoeveel toeren je moet haken. Ik ga de basics uitleggen, zodat je zelf kan bepalen hoe groot/breed/dik/ienimienie jouw spookje wordt. Leuk hè?

Start met het haken van een cirkel. Zet een lossenketting op (ik haak 3 lossen) en maak een ring van stokjes in de ring met lossen. Ik ging voor 6 stokjes. Meerder zoals je gewend bent in een ring. Haak 2 stokjes, 2 stokje in 1 stokje, 2 stokjes en zo verder, in de tweede toer. Haak 3 stokjes, twee stokjes in 1 stokje, haak 3 stokjes. Enzovoort, in de derde toer. Net zolang totdat je de gewenste breedte hebt bereikt. Sluit met halve vaste. Haak één keerlosse en keer je werk.

Nu gaan we door met het haken van vasten en in de hoogte werken. Ik maak een verschil hierin, zoda je straks dit punt heel makkelijk terug kunt vinden (omdat het een easy tutorial is). We gaan nu omhoog werken en niks anders doen dan vasten haken rondom. Sluit je toeren steeds netjes met een halve vaste. Haak één keerlosse en keer je werk steeds om. Net zolang totdat je van plan bent om het voorhoofd van je spook te maken.

Ben je Bij het voorhoofd? Ga dan rustig minderen.

STOP

*Eerst ga je nu het gezicht van je spook eropzetten met naald en draad. Gebruik daarvoor zwart draad en roze als je ook een tong wilt! Gebruik je favoriete uitdrukking, maak hem lollig. En kijk op Pinterest voor tips over amigurumi uitdrukkingen vastnaaien, als je het nog nooit gedaan hebt. 😉 Werk je draden netjes weg aan de binnenkant. Zorg dat alles stevig zit en ga verder met je patroon.

Tip: doe nu alvast een beetje (veel) vulling in je spook.

Tel je steken en minder ongeveer 4 vasten in deze toer. Als je spook véél groter is dan die van mij (en dus niet mini) minder dan met 8 vasten. Je haakt steeds een aantal vasten en dan twee vasten samen (dat is minderen en dat doe je vier keer). Heel gelijkmatig dus. De volgende toer minder je NIET. Zorg ervoor dat je steeds een toer wel mindert en dan een toer niet mindert. Zo creëer je minderingen in de lengte en dus een lang voorhoofd. Dus elke keer 4 vasten minderen, verspreid over de toer, en dan een toer niet minderen. Net zolang totdat je zo weinig vasten hebt, dat je meteen kunt oversteken naar de overkant en sluiten met een halve vaste, om zo je draad af te hechten en de bovenkant dicht te maken. Vergeet je spook niet eerst af te vullen.

Gelukt? Dan gaan we aan de onderkant van het spook, daar waar we de cirkel van stokjes zijn gestopt en we overgegaan zijn op vasten, aanhechten. Je ziet daar allemaal lusjes op dezelfde hoogte in het haakwerk, waar je aan kan hechten. Haak 1 losse en begin dan een rij van vasten aan je spookje. Helemaal rondom en sluit met een halve vaste. Keer je werk, gebruik 1 keerlosse. En dan gaan we die toffe meerderingen maken, die ervoor zorgen dat je spook ook echt wappert als een spook, zoals witte kleden doen, zoiets.

Haak vier stokjes in 1 steek, haak dan twee vasten in de twee volgende steken, haak weer vier stokjes in 1 steek. Ga zo verder tot het einde. Let erop dat je qua steken uitkomt in je patroon, of speel anders een beetje vals. Haak een extra vaste of sla er eentje over 😉 (ja, ook ik doe dat heus wel eens hoor).

De volgende toer haak je gewoon vasten rondom. En dat blijf je doen. De meerdering is gezet, dat blijf je terug zien in je patroon. Sluit al je toeren met een halve vaste, keer met één keerlosse en haak zolang als je wilt!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *