Gehaakte sokken voor thuis


De herfst komt eraan en dat is natuurlijk dé perfecte tijd van het jaar voor lekkere warme sokken. Pantoffels zijn ook heel lekker, maar het liefste draag ik gewoon warme huissokken (gewoon over mijn echte sokken heen). Extra warm dus. En ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik word dus gewoon heel blij van kleurige sokken. En vandaag ga ik je laten zien hoe je zelf zo’n sok kan haken. En geloof mij, het patroon is ook nog eens heel leuk om te haken.

Wat je nodig hebt

  • 2 bollen (sokken)wol met kleurverloop.
  • 1 grote naald voor het wegwerken van draden
  • haaknaald 4mm

We haken het hele patroon door stokjes en vasten. De rand maken we met de boordsteek (op youtube vind je video’s over de boordsteek, mocht je hem niet kennen). We sluiten elke ronde met een halve vasten en keren het werk om. Gebruik altijd 3 omkeerlossen.

* Elk haakwerk kan anders uitvallen qua maat. Ik haak hier maat 39/40. Maar met een andere maat haaknaald of dunnere wol, haak je misschien een andere maat. Pas de sok dus altijd even aan je voet, zodat je zeker weet dat je goed bezig bent.

Zet een ketting van 6 lossen op en sluit met een halve vaste.

De tenen

Toer 1. Haak 12 stokjes in de ring. Sluit met een halve vaste (doet dit iedere keer), haak dan 3 omkeerlossen (ga ik verder ook niet meer benoemen)
Toer 2. Haak 2 stokjes in 1 steek, 1 stok in de volgende steek, haak 2 stokjes in 1 steek. Herhaal tot 20 stokjes.
Toer 3. We gaan deze ronde 1 stokje meerderen aan elke zijkant. Meerder totdat al je tenen in de sok passen. Haak 2 stokjes in de eerste stok, dit is je ene zijkant. Gewoon makkelijk bij het begin. Leg je werk plat neer en kijk even goed waar de andere zijkant zit. Markeer deze. Haak 1 stokje tot elke volgende steek. Haak 2 stokjes in de 10e stok van deze toer, daar waar je de markeerder hebt geplaatst. Haak dan verder stokjes in elke stok.
Toer 4 t/m 6. Meerder 1 stokje bij beide markeerders. Haak voor de rest steeds 1 stokje in elke steek. (of tot dat hij over je tenen past dus)

De voet

Mijn sok is nu groot genoeg voor al mijn tenen, ik hoef niet meer te meerderen en ga nu naar de hiel toewerken.

Toer 7. t/m 18 Dit is het makkelijkste gedeelte van je sok. Je hoeft alleen maar stokjes in elke steek te haken, je toeren netjes te sluiten en verder te werken tot net voordat de hiel begint. Je stopt voordat je hiel begint. Net voor je wreef. De wreef van je voet is namelijk iets breder, dus hier moeten we weer meerderen. Haak dus tot aan de wreef van je voet. Kijk even of je goed uitkomt, haak anders meer of minder rijen met stokjes.

De wreef

Toer 19. Leg je werk plat neer. En zoek het midden van je werk, dus tussen de twee zijkanten in. Het midden ga je markeren en dit wordt de voorkant van je sok. Je telt dus alleen de stokjes tussen de zijkanten. Kom je niet uit en is er geen midden, geeft niks, ongeveer is ook goed. Haak stokjes in elk stokje, maar haak 2 stokjes in het stokje vóór de markeerder en 2 stokjes in het stokje ná de markeerder.

Toer 20. Haak 1 stokje in elke steek.

Het been

Toer 21. Let op deze ronde moet je goed opletten (het enige moeilijke stukje van de sok, maar ook dit gaat je lukken). We gaan nu namelijk de hiel overslaan en direct door met het been, we moeten dus een stukje bijhaken.

Leg je werk plat neer. De ene zijkant is waar je steeds keert, markeer de andere zijkant (omdat we nu meer stokjes hebben door de midden meerdering). We gaan nu de helft gewoon met stokjes haken en de andere helft ‘los’ van je werk, om een cirkel te kunnen sluiten om het been. Dit wordt dus de bovenkant van de sok (zie afbeelding). Zorg ervoor dat je begint met het haken van stokjes aan de voorkant. De achterkant komt namelijk los van je hiel (het stuk dat we overslaan). We gaan een lossenketting opzetten met stokjes (bekijk even een youtubefilmpje als je dit niet kent). Je kunt ook opzetten met lossen, maar dan wordt je sok minder rekbaar en je wilt juist dat dit stuk rekbaar is.
Tel je stokjes aan de voorkant en zet evenveel stokjes op aan de achterkant. De eerste 3 omkeer lossen tellen als je eerste stokje. Haak het aantal stokjes dat je hebt geteld. Zorg ervoor dat het goed aan je been sluit. Let op het sluiten gaat ook anders: Je hebt je stokjes opgezet, maar als je deze toer gaat sluiten, merk je dat je stokjes ineens weer lager komen te zitten (je sluit altijd aan de bovenkant). Het enige gekke dat we dus gaan doen, ik noem het maar freestyle haken, is 3 lossen haken (naar beneden toe), dan vastmaken met een halve vaste en in diezelfde steek weer 3 lossen opzetten als beginstokje. Je krijgt een klein gaatje, dat je later dichtwerk met een draadje. Freestyle oplossing, zodat je toch lekker een rekbare sok hebt, dus. 😉

Toer 22. Keer net als alle ander keren gewoon je werk en haak 1 stokje in elke steek.

Toer 23. Leg je werk plat neer en tel even hoeveel stokjes je aan de voorkant hebt. We gaan 2 stokjes minderen, bij mij is dat in stokje 7 & 8 en stokje 10 & 11.

Toer 24. 1 stokje in elke steek en ik minder in stokje 8 van 16. In het midden dus. Als het goed is sluit de sok nu mooi aan bij je been. Als dat niet zo is dan moet je meer of minder minderen.

Toer 25 t/m 29. We gaan nu gewoon stokjes rondom haken, totdat de beenlengte hoog genoeg is. Wat je zelf fijn vindt dus. Houdt er rekening mee dat je nog 1 toer gaat minderen voordat je aan de boordsteek begint en de boordsteek haak je drie toeren lang. (ongeveer 2 cm).

Toer 30. We gaan één ronde minderen (zodat je sok niet afzakt straks). Ik heb in totaal 33 stokjes nu. Maar ik wil naar een even aantal stokjes toe voor de boordsteek. Dus ik ga 4 stokjes minderen. Dat deelt niet lekker door 33, maar het hoeft niet precies, merk je niks van. Ik minder dus ongeveer bij elk 7e stokje.

Toer 30 t/m 33. We gaan de boordsteek haken. Bij de boordsteek haak je om de stokjes van de vorige toer heen, in plaats van erop. Je haakt steeds een stokje achterlangs en een stokje voorlangs. Start met achterlangs (dit is je omkeer lossen, tellend als stokje). Haak dan steeds om en om, voor en achter en houd dit patroon 3 toeren vol. Hecht je draad af en werk deze weg met je naald. Haal hem door een aantal steken aan de bovenkant heen, trek door en ga nog een keer terug. Doe dit door ongeveer 8 steken. Zo wordt je sok minder rekbaar en gaat hij niet uitlubberen. Knip af en dan zit hij goed vast. Alleen de hiel nog!

De hiel

Hecht je draad aan een van de zijkanten van je sok aan (ik hecht aan de binnenkant aan).

Toer 1. Haak 3 lossen en dan stokjes rondom. Haak zoals het uitkomt, maar meestal gewoon in een steek.

Toer 2. In alle volgende toeren haken we vasten. Keer je werk NIET. sluit wel af met een halve vaste en haak 1 losse. Ik heb in totaal 40 stokjes. Ik minder er 8 in deze toer, dus in elke 5e (de laatste in de 39e).

Toer 3. Haak 1 vasten in elke vaste.

Toer 4. Ik heb nu 32 vasten. Ik minder bij elke 4e. (weer 8 minderen).

Toer 5. Haak vasten in elke vaste.

Toer 6. Minder in elke 3e vaste.

Toer 7. Haak een vaste in elke vaste rondom.

Toer 8. Minder steeds een vaste rondom. Haak dus steeds twee vasten samen.

Toer 9. Ik heb nu een klein streepje over die ik netjes aan elkaar kan naaien. Knip ruim draad en en keer je sok binnenstebuiten. Naai netjes vast en werk je draad weg.

Gebruik naald en draad om de wat grotere gaatjes in je werk weg te werken en dan is je sok écht af. Of wacht.. succes met de andere voet!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *